Zuignappen, klemmen of vorken. Slangheffers, kettingtakels of pneumatische balancers. De mogelijke variaties in tilhulpen zijn zo groot, dat bedrijven nauwelijks anders kunnen dan vertrouwen op de kennis en ervaring van leveranciers om de beste oplossing te krijgen. Een oplossing die op termijn beter is voor de mens en vaak ook voor het rendement van het bedrijf.
Om maar meteen met een vooroordeel te beginnen: een tilhulp lijkt de snelheid van werken allerminst te bevorderen. Een beetje kerel heeft een doos van pakweg 20 kilogram met zijn grote blote handen een stuk eerder op een pallet liggen dan een collega die een tilhulp gebruikt.
De leveranciers van tilhulpen hebben dat vooroordeel vaker gehoord en hun tegenargumenten klaar. Een medewerker die ’s ochtends om acht uur begint, heeft op dat moment inderdaad nog een lekker tempo. Maar hoe is dat zeven uur later? “Die dozen blijven maar komen. Mensen worden moe, machines niet”, vertelt Jean Pierre van Schijndel, directeur van Tawi. “Het is vooral het repeterende karakter dat de werkzaamheden heel zwaar maakt”, vertelt Roy van Densen, sales manager van BPL Handling. En vermoeidheid zorgt niet alleen voor minder productiviteit, maar ook voor meer schades. “Wie moe is, stoot net even iets vaker met die doos ergens tegenaan”, vertelt Jan Nijhuis, directeur van Schmalz.
Ergonomie en schades
Een tilhulp biedt uitkomst als producten te zwaar of te groot zijn om te tillen. Ook in situaties waarin mensen veel moeten bukken of juist boven hun hoofd moeten reiken, worden vaak tilhulpen ingezet. Denk aan pallets die 1,80 meter of nog hoger moeten worden gestapeld. Of denk aan bedrijven waar veel vrouwen werken of mensen met een handicap, zoals in een sociale werkplaats.
Een tilhulp kan in eerste instantie voor een grotere efficiëntie zorgen. Medewerkers die dag in, dag uit zware of onhandige producten moeten tillen, verliezen het op den duur van een tilhulp. En producten die anders twee man vergen, kunnen met een tilhulp door één persoon worden getild.
Ergonomie is een andere reden om te investeren in tilhulpen. Wie de hele dag producten loopt te tillen, krijgt vroeg of laat te maken met slijtage van gewrichten. Nu het personeelsbestand langzaam vergrijst, wordt dat probleem steeds actueler. “Iemand die last van zijn rug heeft, neemt net wat langere pauzes en drinkt net wat vaker koffie”, weet Van Schijndel.
Uiteindelijk kan dit leiden tot ziekteverzuim en in een enkel geval zelfs tot arbeidsongeschiktheid. Ook het inhuren en inwerken van een vervangende uitzendkracht kost geld. “Helaas zijn die kosten vooraf wat moeilijker in kaart te brengen”, vertelt Nijhuis.
Een andere reden is het verminderen van schades. Een vermoeide medewerker laat net wat vaker een doos vallen. Of denk bijvoorbeeld aan een stapel houten platen die één voor één moeten worden opgetild. Zonder tilhulp leidt dat al gauw tot over elkaar schuivende platen, met krassen tot gevolg.
Vijf verschillende grijpers
Tilhulpen zijn er in verschillende soorten en maten. Het belangrijkste verschil zit in de manier waarop producten worden opgepakt. Daarvoor worden vijf verschillende soorten grijpers gebruikt: zuignappen, magneten, klemmen, dragers of naalden.
Bij gebruik van vacuümtechniek worden één of meer zuignappen op het product geplaatst, waarna de lucht onder de zuignappen wordt weggepompt. Dankzij het drukverschil dat daardoor ontstaat, kan het product worden opgetild. Voordeel van vacuüm is dat de zuignappen het product niet beschadigen. Natuurlijk heeft het product wel een vlakke zijde nodig waarop de zuignap kan worden bevestigd. Als de oppervlakte wat ruwer is, is het zaak om te voorkomen dat toch lucht langs de zuignap kan toestromen.
Een alternatief is een mechanische of pneumatische klem. Nadeel kan zijn dat er zo veel krachten op het product worden uitgeoefend, dat het product daarvan schade kan ondervinden. Denk aan krassen of deuken. “Een grijper in de vorm van een vork of haak kan dan uitkomst bieden”, aldus Van Densen.
Een magneet werkt uiteraard alleen bij producten waarin ijzer zit. Een naaldgrijper is vooral bedoeld voor zachte, poreuze materialen. Om die te kunnen oppakken, wordt een groot aantal dunne naalden in het product gestoken. “Soms gebruiken we ook een combinatie van technieken, bijvoorbeeld vacuüm en klemmen”, aldus Van Schijndel, die wordt aangevuld door Van Densen: “Het vacuüm kan eens per ongeluk wegvallen. Dan beschik je met een klem over extra veiligheid.”
Bewegingsvrijheid

Voor zachte, poreuze materialen is een naaldgrijper een oplossing: een groot aantal dunnen naalden die in het materiaal prikken
Een ander onderscheid betreft het hefmechanisme. Een belangrijke categorie vormen de slangheffers, die werken op basis van vacuüm. Een slangheffer is niets meer dan een holle slang die zichzelf opvouwt als de lucht in de slang wordt weggepompt. Het gevolg is dat de grijper inclusief het product de lucht in gaat. Een alternatief voor de slangheffers vormen de pneumatische heffers, waarbij perslucht wordt gebruikt voor de aandrijving. Ook de klassieke kettingtakels worden nog vaak toegepast.
De constructie waaraan een tilhulp wordt gemonteerd, is van grote invloed op de bewegingsvrijheid van de gebruiker. De grootste reikwijdte levert een bovenloopconstructie: twee rails die bijvoorbeeld aan het plafond zijn gemonteerd, met daaronder een ligger waaraan de tilhulp heen en weer kan bewegen. Nijhuis: “Stel je voor dat zo’n bovenloopconstructie acht meter breed is en 50 meter lang. Dan kun je al een gebied van 400 vierkante meter bestrijken.”
Een simpelere oplossing is een zwenkarm die aan een al bestaande kolom, een muur of een in de grond verankerde stalen paal is bevestigd. Met zo’n zwenkarm is een hoek van ongeveer 270 graden rondom die paal te maken. “Daarmee kun je vier tot vijf pallets bedienen”, meent Van Schijndel. Nadeel is dat gebruikers van tilhulpen die zware zwenkarm nog wel de goede kant moeten opduwen. “Bij een lengte tot vier of vijf meter is dat nog goed te doen”, zegt Nijhuis. BPL Handling levert zwenkarmen met een knik, wat voor een extra vrijheidsgraad en een bereik van 360 graden zorgt. “Bovendien hoef je dan vaak maar een kleiner gedeelte van de arm in beweging te brengen”, aldus Van Densen.
Terugverdienen
Wanneer de investering in een tilhulp wordt terugverdiend, verschilt eveneens per situatie. Een tilhulp leidt vaak tot efficiënter werken, minder schades en minder ziekteverzuim, maar een persoon om het apparaat te bedienen blijft altijd nodig. De vraag is ook wat mogelijke alternatieven zijn. “Een heftruck met een papegaaibek is een veel duurdere oplossing om een vat te verplaatsen”, aldus Van Densen.
De leveranciers van tilhulpen constateren in ieder geval dat de markt groeit, mede ook door de wetgeving die bedrijven dwingt om naar dit soort oplossingen te kijken. Nijhuis: “Steeds meer bedrijven worden zich bewust van de problematiek en handelen daar ook naar.”







